De gems leeft in bergbossen, steile hellingen met rotsen, bergdennengebieden en puinhellingen boven de boomgrens. Daar is ze te vinden in roedels, die meestal worden geleid door een oude geit. De hoorns worden nooit afgeworpen, maar groeien gedurende het hele leven. Na 5 jaar echter nog maar 1 à 2 mm per jaar. De vacht is kort en glad in de zomer, maar lang, dicht en donker tot zwart in de winter. In het grote buitenverblijf in het Steinwasenpark kunt u de gemzen in hun natuurlijke omgeving observeren.








